online lezen

graphics2
nieuwsbrief

graphics3
digitale versie

graphics4
mobiele versie

Advertenties

“ECHTE VAKMANNEN PASSEN ZICH SNEL EN MAKKELIJK AAN”

“Goede stageplaatsen zijn belangrijk voor de continuiteit van het beroep“

graphics1De VOC-wetgeving heeft deels bewezen hoe flexibel een schilder moet zijn. En ondanks het grote aanpassings-vermogen dat vereist wordt, hebben heel wat vaklui zich de nieuwe wetgeving relatief snel eigen gemaakt. Het ver­dwijnen van de solventgedragen producten is echter niet de enige uitdaging waarvoor de vakman kwam te staan de afgelopen jaren ... Verf is steeds complexer geworden en het wordt steeds moeilijker om gemotiveerde jongeren aan het werk te krijgen. Maar hoe evolueert het schildersberoep verder, welke opportuniteiten zijn er nog en wat met opleiding? We vroegen Eric Van de Meerssche, directeur van het IVP, naar zijn visie betreffende het schildersberoep.

Philip Viane

COMMUNICATIE CENTRAAL

Na zijn studies Moderne Talen schrijft Eric Van de Meerssche zich in aan de Vrije Universiteit in Brussel voor de richting Communicatiewetenschappen. In 1989 stu­deert hij af en na zijn legerdienst bij de transmissietroepen stapt hij in het beroepsleven. De eerste horden in zijn professionele carrière neemt hij bij een publiciteitsagentschap.Van de Meerssche besluit echter voor zichzelf te beginnen en start een pr-bureau op. De functie van zaakvoerder oefent hij een tijdje uit, maar een poos later opteert hij toch voor een aantal nieuwe uitdagingen.Zo vervult hij nog rollen bij BelgAqua en Mobistar voordat hij bij het IVP terechtkomt. In 2004 gaat hij aan de slag als communicatiemanager en verantwoordelijke voor sociale zaken. Een zestal jaren later neemt hij de hoogste positie binnen het IVP voor zijn rekening.

Inloopperiode

Heel veel tijd om te acclimatiseren kreeg Van de Meerssche niet. ”Op het ogenblik dat ik werd aangenomen, stond het REACH-verhaal centraal (Registratie, Evaluatie, Aanvaarding en Chemische stoffen). Ik heb me vrijwel meteen in het onderwerp vastgebeten en de diverse ontwikkelingen binnen het CEPE (European Council of the Paint, Printing Inks and Artists' Colours Industry) opgevolgd.” Maar ook het coördineren van de verschillende acties die het IVP organiseert, behoorde op dat moment tot het takenpakket van de nieuwbakken directeur. “Met onder andere 'Kleuren om ons dagelijks leven op te fleuren', een initiatief waarbij achtergestelde wijken werden gerenoveerd, had ik destijds de handen vol.” Bovendien was er de invoering van de VOC-wetgeving.

VOC-problematiek

Deze wetgeving zorgde ervoor dat de verffabrikanten de pro­ducten uit het gamma in een vrij korte tijd moesten herformuleren en bijstellen. “Waar we vandaag de dag 85% watergedragen verven hebben en 15% solvent­gedragen, vermoed ik dat we die percentages een aantal jaren geleden gewoon konden omdraaien.” Had die aanpassingsperiode destijds een invloed op de perceptie van de schilder op het product? “Net omdat men op een vrij korte termijn volledige gamma's moest aanpassen, kan het zijn dat niet alle producten al volledig doorontwikkeld waren. De eerste fase van de VOC-wetgeving werd namelijk afgerond in 2007, de laatste fase in 2010. Maar omdat iedereen naar 2010 toe werkte, bestaat de kans dat er in die tussenperiode al eens verf in handen van de schilder kwam die nog niet voor de volle 100% op punt stond.”

Een vakman blijft een vakman

Heel wat oudere schilders hadden en hebben het echter nog steeds moeilijk met de verwerking van watergedragen producten. “We moeten toch enigszins nuanceren. De jongere schilders die hun opleiding in de laatste jaren afgerond hebben, kennen de oudere verfsystemen niet en zijn het vandaag gewoon om met de producten met een laag VOC-gehalte te werken. De oudere generatie schilders heeft het misschien iets moeilijker gehad om bijvoorbeeld een hoogglans- of satijn­glansacrylaatverf aan te brengen, maar ik merk dat de professional zich goed heeft aan­gepast aan de nieuwe verfsystemen en aan de verschillende manieren van aanbrengen.”

toekomst

REACH

Volgens de directeur staan er voorlopig geen nieuwe wetgevende initiatieven in de steigers, maar hij waarschuwt wel voor de impact van het REACH-verhaal. “Het wordt uitkijken naar de invloed op de formuleringen van de coatings en de verdere evolutie van de verschillende productgroepen.”

Nieuwe trends
en technologieën

“Onze industrie heeft reeds een aantal grote inspanningen geleverd met de omschakeling van solventgedragen systemen naar watergedragen of naar de zogenaamde high-solidsystemen. Binnen de R&D-afdelingen van onze lidbedrijven hebben ze zich tot doel gesteld producten te ontwikkelen die volledig on­schuldig zijn voor mens en milieu. Zo zijn er luchtzuiverende verven, verven die toelaten om met minder energie een hoger rendement qua verlichting te realiseren, of nog andere die CO2 uit de lucht kunnen halen.

Maar niet enkel hieraan wordt volop gewerkt. Van de Meerssche duidt ons ook op het belang van nanotechnologie binnen de ontwikkeling van diverse nieuwe producten. Hier wordt heel hard op ingezet door de diverse leden. “Op dit ogenblik zijn heel wat producenten bezig met het ontwikkelen van zelfhelende technieken, verven die zichzelf herstellen. En ook zelfreinigende verven (lotuseffect) doen het goed, zeker als we kijken naar het onder handen nemen van buitengevels.”

Evolutie van gereedschappen

Niet enkel het product evolueert constant, ook de gereedschappen worden doorontwikkeld. “Er is heel wat beweging op de markt van de gereedschappen. Denk maar aan verbeterde borstels en rollen, maar vooral ook aan de vernieuwingen bij de spuitpis­tolen. Om de gepaste verfsystemen te ontwikkelen die geschikt zijn voor deze nieuwe spuitmetho­des, werken onze leden nauw samen met de gereedschapsfabrikanten.”

Onontgonnen terrein

Als we bij de directeur polsen naar opportuniteiten voor de vak­man, dan haalt hij meteen het plaatsen van het ETICS-systeem aan (Externe Thermische Isolatie Com­posiet Systemen). “Het ETICS-systeem is een buiten­gevelisolatiesysteem dat voornamelijk wordt toegepast op de renovatiemarkt en ook op de nieuwbouwmarkt zijn opgang kent. Er wordt een soort schil bestaande uit isolatie, een bewapening en een sierpleister, rond het huis geplaatst. Zo wordt isoleren mogelijk, zonder aan de binnenkant van het huis aan ruimte te moeten inboeten. Heel wat van onze leden nemen dit systeem in het aanbod op. Voor een schilder die zich deels wil heroriënteren, is deze niche een nog onontgonnen markt met heel veel potentieel.”

PARTICULIER VS. PROFESSIONEEL

Productvereisten

De leden-verffabrikanten richten zich niet enkel tot de vakman, het merendeel biedt ook producten aan voor de particulier. Is er dan geen sprake van belangenvermenging? “Neen, absoluut niet! Er bestaat een grote diversificatie. De verfsystemen die men aan­biedt aan de vakman bestaan uit producten die bij applicatie de nodige vakkundigheid vereisen, denken we hierbij vooral aan systemen die zorgen voor decoratieve effecten. Dat gamma verschilt in wezen totaal van het aanbod voor de particulier. Wat we wel zien is dat de vereisten van de professional, en gelijktijdig die van de doe-het-zelver, stijgen.” Op het niveau van die klusjesman/-vrouw biedt men tegenwoordig de mogelijkheid om, veel meer dan vroeger, te personaliseren. “De komst van de kleurenmengmachine heeft tot twee zaken geleid: een boost van het product verf ten opzichte van behang en een uitbreiding van de mogelijkheden voor de doe-het-zelver. Speciale technieken heb­ben dan weer een duidelijker onderscheid tussen de vakman en de particulier bewerkstelligd. De technische kunde van de vakman is enorm belangrijk en zal dat in de toekomst nog meer worden. Dat is wat mensen zoeken.”

Samenwerken

Eén stem

Een van de voornaamste taken van de federatie is het samenbrengen van de diverse spelers. “In het verleden wou iedereen het probleem eigenhandig aan­pak­ken. We moeten echter naar een situatie waar we allemaal met dezelfde stem spreken.” Met het politieke memorandum dat in 2009 verscheen naar aanleiding van de verkiezingen, wou het IVP de officiële instanties sensibiliseren omtrent de problematiek die rond opleiding en tewerkstelling bestaat. Tegelijkertijd wou men de samenwerking tussen de private sector en publieke instanties aanmoedigen. “Het initiatief heeft zijn vruchten afgeworpen en een aantal concrete samenwerkingsverbanden teweeggebracht, de strip (zie Decoratie editie 132) was er daar een van. Alle acties die we ondernemen, hebben tot doel de jongeren weer zin te geven om het beroep van schilder uit te oefenen”, besluit Van de Meerssche.

Opleiding

“Het IVP wordt door de diverse instellingen erkend als deskundig partner in het meeschrijven aan de profielen. Daarnaast leren we opleiders omgaan met de diverse technieken. De rol die het IVP hierin speelt, beperkt zich echter tot het in contact brengen van de fabrikant met de lesgever.”

Didactisch materiaal

Volgens Van de Meerssche is er ook dringend nood aan goed didactisch materiaal. “Vooral het 'Fonds voor Opleidingen in de Bouw – Constructiv' moet in dit verhaal een voortrekkersrol spelen. Zij zijn bezig met het samenstellen van een aantal technische handboeken waarin zowel aandacht besteed wordt aan de herkenning en voorbereiding van de ondergrond als aan de diverse applicatietechnieken. We moeten ernaar streven dat die de standaardwerken worden binnen de opleiding 'Schilder-Decorateur'.”

Stageplaatsen

Verder werkt men samen met o.a. de Confederatie Bouw en Bouwunie om goede stageplaatsen te voorzien. En dat laatste is een topprioriteit in de ogen van de directeur. “Het is heel belangrijk dat we het aantal leerlingen die uitstromen na het beëindigen van de opleiding, drastisch verhogen. In onze contacten met andere sectoren hebben we gemerkt dat dit een heikel punt is. Samen met de belanghebbende partijen pro­beren we aannemers te overtuigen van het belang van kwalitatieve stageplaatsen.” Er zijn heel wat schildersbedrijven die reeds overtuigd zijn, maar er bestaat toch ook nog heel wat aarzeling. Van de Meerssche: “Het is inderdaad niet meteen te verantwoorden dat een beginnend schilder na zijn studies nog een à twee jaar opgeleid moet worden door zijn werkgever. Enkel door het verhogen van de kwaliteit van de opleiding, door het werken met de nieuwste technieken, maar ook door kwalitatieve stages waar de leerlingen de realiteit van het werk leren, kan men daarin verandering brengen. Als we er samen met onze partners in slagen om de jongeren weer zin te geven om voor het beroep van schilder te kiezen, dan pas kunnen we van een geslaagde operatie spreken en zal de instroom verzekerd zijn. Hier wil het IVP zijn rol als federatie spelen en de krachten van elke betrokken partij bundelen.” Van de Meerssche roept de schilder op om nog meer stagiairs onder de arm te nemen. “Een stagiair kan je klaarstomen voor het echte werk, en wie weet hou je er een goede werknemer aan over. Een goed aanbod aan volwaardige stageplaatsen is noodzakelijk voor de continuïteit van het beroep.” Maar hoe groot is de vrees dat het schildersbedrijf zijn protegé ziet vertrekken om op zelfstandige basis te beginnen? “Die angst is er, maar er hangt veel af van de grootte en de mogelijkheden tot groei binnen die onderneming. Er mag van stagiairs ook meer verwacht worden dan vroeger.”

In de kijker

The Linen Collection

De nieuwe Linen Collection muurbekleding is gemaakt van 100% zuiver linnen. De stof werd bovendien bewust geplooid en gepreegd, waarna... 

lees meer
info
BOCA-PAINT
L. DE VOS

En verder...